13 februari 2026
De geplande invoering van het nieuwe box-3 stelsel per 2028 moet een einde maken aan jarenlange onzekerheid voor spaarders en beleggers. Toch kijkt de politiek nu al verder vooruit. Nog vóórdat het wetsvoorstel definitief is aangenomen, heeft een meerderheid in de Tweede Kamer het kabinet gevraagd om rond diezelfde periode alweer met een nieuw alternatief te komen.
Het gevolg: zelfs na invoering van het nieuwe systeem lijkt box 3 voorlopig onderwerp van discussie te blijven.
De nieuwe wet moet het huidige systeem vervangen dat na het Kerstarrest tijdelijk is aangepast. In plaats van belasting over een fictief rendement wil de overheid belasting heffen over het daadwerkelijk behaalde rendement.
In de praktijk betekent dit:
Juist dat laatste punt – belasting betalen over zogenoemde “papieren winst” – zorgt voor politieke discussie.
De Tweede Kamer heeft via een motie aangegeven dat het kabinet uiterlijk rond 2028 ook een variant moet uitwerken die meer lijkt op een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt pas afgerekend wanneer een belegging daadwerkelijk wordt verkocht.
Veel partijen vinden dat eerlijker dan jaarlijks belasting betalen over koersstijgingen die nog niet zijn gerealiseerd. Tegelijkertijd ontbreekt op korte termijn een uitvoerbaar alternatief en kost uitstel de schatkist veel geld. Daarom gaat het huidige voorstel waarschijnlijk door, terwijl parallel al wordt gewerkt aan een volgende hervorming.
In het voorgestelde stelsel komen eigenlijk twee principes samen:
1. Vermogensaanwasbelasting
Jaarlijkse heffing over inkomen én waardestijging van vermogen, ook zonder verkoop.
2. Vermogenswinstbelasting
Belasting pas op het moment dat winst wordt gerealiseerd bij verkoop.
Voor beleggingen geldt meestal de eerste methode, terwijl bijvoorbeeld vastgoed vaker volgens het tweede principe wordt belast. Dit hybride systeem ligt politiek gevoelig en kan in de toekomst opnieuw worden aangepast.
Tijdens de behandeling in de Kamer worden diverse opties genoemd, zoals:
Dergelijke wijzigingen kunnen het systeem eerlijker maken, maar ook complexer in de uitvoering.
Het kabinet staat voor een lastige keuze. Het huidige voorstel kent kritiek, maar opnieuw uitstellen zou de tijdelijke regelgeving verlengen. Daardoor lijkt invoering in 2028 voorlopig de meest realistische route, terwijl tegelijk al wordt gewerkt aan een opvolger.
De nieuwe box-3 wet moet duidelijkheid brengen, maar waarschijnlijk slechts tijdelijk. De politiek stuurt namelijk nu al op een volgende hervorming richting een vermogenswinstbelasting.
Voor belastingplichtigen betekent dit dat het box-3 dossier ook na 2028 waarschijnlijk blijft veranderen.